VB Groep Blog

Op dit online platform willen wij u inspireren met onze kennis en ervaringen over actualiteiten en innovaties in de bouw- en vastgoedbranche. De blogs worden geschreven door medewerkers van VB Groep en haar werkmaatschappijen.
Jurgen van de Ven
14 juni 2017 - Maarten van Ham

Jurgen van de Ven over de relatie onderwijs – bedrijfsleven

Jurgen van de VenRenske Overman, docente bij Avans Hogeschool loopt stage in het bedrijfsleven bij Huybregts Relou. Onlangs interviewde zij Jurgen van de Ven, hoofd productie van Huybregts Relou en Smeets Groep, over de uitdagingen én de successen in de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven.

De mens als drijfveer
Van de Ven begon in 1993 bij Muwi. In ’94 gingen Muwi en IBC samen dat werd later weer overgenomen door Heijmans. “Ik kende Hans Geertman, onze groepsdirecteur, vanuit vroegere werkzaamheden en via die connectie ben ik uiteindelijk in 2007 hier terecht gekomen”. De bedrijfscultuur hier past Van de Ven heel goed. Die is laagdrempelig en open. Mensen worden gestimuleerd om te zeggen wat ze denken. In plaats van top-down te denken, zoekt hij graag de verbinding langs de horizontale lijnen binnen de organisatie. Dat heeft ook de samenwerking tussen de bedrijven van VB Groep versterkt. Met sterke leiders in het front en actief betrokken medewerkers, waarbij thema’s als mvo, sociale innovatie en samenwerking met het onderwijs organisatiebreed worden opgepakt. Die samenwerking trok hem vanuit het sociale aspect. Aandacht en interesse voor mensen vormt altijd zijn drijfveer. Zo is hij ook bestuurslid van een groot rolstoeltennisevenement. En heeft binnen Huybregts Relou en Smeets Groep onderwijs in zijn portefeuille. Bij de eerste kennismaking met de onderwijswereld bleken er verschillende samenwerkingsverbanden te bestaan en talloze projecten en initiatieven die niet altijd evenveel samenhang leken te hebben. Toen het netwerk ‘Samen Slim Bouwen aan de Toekomst’ ontstond, werd vanuit VB Groep veel belang gehecht aan deze samenwerking. Maar wel onder de voorwaarde dat zoveel mogelijk losse activiteiten gecentraliseerd zouden worden. En daarin is nog wel wat werk te verzetten.

Is er een kloof tussen onderwijs en bedrijfsleven?
KennisdelingHet is een gevleugelde uitspraak. Maar wat is daar van waar? Van de Ven bemerkt in ieder geval een groot cultuurverschil. Onderwijs en bedrijfsleven begrijpen elkaar niet altijd, lijkt het. Dat uit zich op verschillende manieren. Allereerst in plannen en vooruit kijken. De ritmiek is anders. Onderwijsinstellingen plannen vaak per kwartaal, hooguit semester. Terwijl men in de bouw al bezig is met de projecten die volgend jaar of het jaar daarop van start gaan. Van de Ven pleit ervoor om bedrijven pak ‘m beet al in oktober te vragen om bijvoorbeeld 3 stageplekken in het voorjaar aan te bieden. Nu komen studenten geheel onvoorbereid in maart vragen of ze vanaf april terecht kunnen. Dat kan vanuit de onderwijsinstelling veel beter begeleid worden. Een punt dat bij de Academie voor Bouw & Infra van Avans Hogeschool ook de aandacht heeft. Daar is dit jaar, met succes, een mailing naar de vaste relaties verzonden met de vraag om plekken te bieden aan de eerstejaars stagiairs. Het is voor veel bedrijven namelijk nieuw dat die stage niet meer in het 1e semester van het 2e jaar plaatsvindt, maar in de laatste 10 weken van de propedeuse. De stagiairs zijn dan een stuk onervarener. Maar doordat ze al in het 1e jaar proeven van de praktijk, is de uitval beduidend lager. Het hoger onderwijs en het bedrijfsleven hebben elkaar heel hard nodig. Het zou daarom goed zijn om netwerkpartners systematisch en tijdig te benaderen in plaats van ad hoc en last minute, als de druk op de ketel staat.

Waar van de Ven zich ook over heeft verbaasd, is het aantal wetten en regels waarmee het onderwijs vanuit de overheid wordt geconfronteerd. Voor je goed en wel je structuur op orde hebt, komt er weer nieuwe wetgeving. Of moet er een opleidingsnaam veranderd worden. “Wij hebben ook te maken met allerlei regels, maar in het onderwijs lijkt dat nog veel sterker. En dat realiseren bedrijven zich niet altijd. Dat kan ook leiden tot onbegrip. Wat mij bijvoorbeeld lang heeft verbaasd, is waarom 4 instellingen die alle te weinig studenten hebben voor een bepaalde opleidingsrichting, de handen niet ineen slaan en die opleiding centraal op 1 plek aanbieden.”

Het werkt om vaker over en weer bij elkaar binnen te kijken. Wat je van elkaar niet ziet en niet weet, leidt tot onbegrip. Je zou daarover veel meer moeten communiceren. Dat is voor Huybregts Relou ook de reden om mee te werken aan docentstages.

Ervaring met Avansstudenten
Over het algemeen zijn de ervaringen goed, hoewel het wennen is dat de Academie voor Bouw & Infra de oriënterende stage heeft gewijzigd in 10 weken aan het eind van de propedeuse. Bouwbedrijven denken bijna allemaal in 2 periodes. Van september tot januari en vanaf daar tot aan de zomer. Dan zitten veel bedrijven er niet op te wachten dat er in maart studenten aan de poort staan die vanaf april stage willen komen lopen. Dat zou veel eerder aangekondigd en dus ingepland kunnen worden. Dat eerstejaars studenten nog niet veel kunnen betekenen voor de organisatie in termen van kennis en ervaring, vindt Van de Ven begrijpelijk. Vooral bij kleinere bureaus merkt hij wel terughoudendheid op. “Er zijn daar natuurlijk wel veel minder neventaken om bij mee te kijken. Maar die organisaties moeten ook hun verwachtingspatroon bijstellen, je kunt geen volwaardige BIM-modelleurs verwachten.”

Verwachtingen en experimenteren met doorlopende stages
Het grootste belang van een goede samenwerking met het onderwijs is natuurlijk dat bedrijven afgestudeerden krijgen die aansluiting hebben bij de praktijk. Van de Ven gelooft in één op één kennisdeling, waarbij het onderwijs bijvoorbeeld didactische kwaliteiten naar de bedrijfsmanagers brengt en de managers hun praktijkkennis naar het onderwijs in gastlessen. Over een weer halen én brengen dus.

Een ander voorbeeld van wat hij hoopt te bereiken, is het plannen van doorlopende stages, in fases van een bouwproject. Daarbij loopt een student bijvoorbeeld stage bij een architect die aan een ontwerp werkt dat 1,5 jaar later door een bouwkundig aannemer gebouwd wordt. Dan zou het een fantastisch experiment zijn dat die zelfde stagiair weer komt en zelf echt ziet wat er buiten gebeurt met die ene streep die hij destijds in de tekening had gezet. Dat is ongelooflijk leerzaam. Van de Ven gaat proberen een paar van dit soort doorlopende stages op te tuigen. De meeste bedrijven plannen al 1,5 à 2 jaar vooruit, nu het onderwijs nog! Een bijkomend voordeel is het extra contact dat dan tussen de partners in die bouwketen ontstaat. De student staat voorop, maar daaromheen ontstaan allerlei contactmomenten die weer voor extra verbinding zorgen. Dat is de positieve spin-off.

Kennisdeling over veiligheid in de bouw
Eén van de speerpunten vanuit branchevereniging Bouwend Nederland is: breng het onderwerp veiligheid naar voren. De jaarlijkse Dag van de Bouw is daarvoor een mooie gelegenheid. Maar daar wil Van de Ven meer uit halen. De vrijdag vóór de Dag van de Bouw stellen zij het project dat zaterdags open is ook open voor de onderwijswereld. Als je gaat nadenken hoe je het belangrijke onderwerp veiligheid op een andere manier onder de aandacht kan brengen, dan is het onderwijs ook een logische verbinding, aldus Van de Ven. Dus dit jaar hebben zo’n 30 mbo-leerlingen een workshop veiligheid gehad. Wat ze hen wilden meegeven was die echte beleving, die intrinsieke waarde van veiligheid. Iemand van Aboma werd ingeschakeld om een uur voorlichting te geven. En wat echt aansloeg: tussen 40 nieuwe helmen werd er eentje neergelegd vanuit een ongeval. Die aanblik kwam echt binnen. Op die manier speel je als bedrijf een echte rol van betekenis naar studenten toe.

Wat de veranderende bouwwereld vraagt van afstudeerders
Nieuwe technieken kunnen mensen bij de bedrijven wel leren. Wat steeds belangrijker wordt, zijn de zogenaamde ‘soft skills’: mondelinge en schriftelijke vaardigheden, schakelen tussen gesprekken, vergadertechnieken, contacten kunnen leggen, netwerken, klantgerichtheid. Daar mogen ze wat Van de Ven betreft nog veel meer in geoefend worden, want die vaardigheden zijn met BIM, lean en ketensamenwerking eigenlijk veel harder nodig. Tuurlijk, voor een groot deel moeten ze ook in je genen zitten. Dus wat hem betreft wordt hier bij intakes voor de opleiding al aandacht aan besteed. Toch kun je je er via training ook verder in bekwamen en daar zou meer nadruk op mogen liggen. Medewerkers leren dan ook meer te halen uit een vergadering. Want veel communicatie is non-verbaal en dat ontgaat ze nu soms, ze zijn niet getraind om behalve te luisteren, ook veel naar mensen te kijken.

Netwerken is ook zo’n belangrijk punt. “Tegen stagiairs die hier solliciteren, zeggen wij: jouw carrière in de bouw is nu begonnen. Want vanuit je eerste stage kun je al connecties leggen voor je latere loopbaan. Netwerken is heel belangrijk, maar daar kijken studenten vaak wel tegenop.” Van de Ven ervaart dagelijks de meerwaarde ervan. Het levert machtig interessante gesprekken op als je naar bijeenkomsten gaat en nieuwe mensen aanspreekt. Studenten zouden veel meer over die drempel heen moeten komen.

Waar ligt onze klant wakker van?En klantgericht denken? Een voorbeeld dat Van de Ven schetst: vroeger hingen “overal” Pirellikalenders in de bouwkeet. Klanten kwamen daar ook over de vloer. En niemand die zich realiseerde dat dat misschien niet de beste uitstraling was, tot de commerciële collega’s dat ter sprake brachten. Techniekstudenten moet veel sterker aangeleerd worden om op de stoel van de klant te gaan zitten, want dat zit niet altijd van nature in de technische mens. Van de Ven stelt regelmatig de vraag waar een klant nu van wakker ligt. Als je dat bespreekt, ontdek je bijvoorbeeld dat hij eigenlijk heel krap zit in zijn budget, of dat hij zich zorgen maakt over de planning. En dan kun je daar iets aan doen. Hij herinnert zich een gesprek dat hij met een architect had over zijn ontwerp. Wat was daaraan ‘heilig’ en waar mocht niet aan worden getornd? “Toen bleek ergens een bepaalde gedachte achter te zitten die we qua concept overeind konden houden, maar wel met een veel goedkopere oplossing in de uitvoering. Had ik niks gevraagd dan was het tonnen duurder geweest.”

Wil je vanuit het onderwijs studenten afleveren die kunnen bijdragen aan vernieuwing, dan is het belangrijk dat zij in de basis begrijpen waarom ze iets doen. Kritisch zijn en kunnen reflecteren. Bij het waarom staan ze vaak helemaal niet stil. Dat was een aantal jaar geleden binnen Huybregts Relou niet anders. Ze zijn daar gaan werken aan de hand van The Natural Step om bijvoorbeeld duurzaamheid verder te brengen in de organisatie. En een succesvolle verandering ontstaat met mensen die vanuit een intrinsieke interesse verder gaan op bepaalde onderwerpen. Zich echt als pioniers opwerpen en zo de organisatie vooruit helpen. Volharding is dus ook een belangrijke eigenschap. Als anderen dan zien dat iets z’n vruchten afwerpt, heb je er zo een paar ambassadeurs bij. “Zo is dat bij ons ook gegaan met ons mvo-document. Het kostte veel kruim om het samen te stellen en iedereen binnen de organisatie te overtuigen. Maar er kwamen enthousiaste reacties van klanten die graag verder met ons wilden praten. Dan weet je dat je iets goeds hebt bereikt.”

Abonneer jezelf op onze artikelen